Van pont naar brug over de Eendracht
In vroeger eeuwen was
Zeeland werkelijk een eilandenrijk. Er was geen vaste verbinding met de rest
van Nederland. Een pont bracht de mensen in vroeger jaren naar de overkant. Zo ook
in Tholen. Men moest de Eendracht over – het water tussen Tholen en Noord
Brabant – met een pont. Een oude pentekening vertelt daar nog van.

Het is een 18e
eeuws gezicht op het Thoolse pontveer met de scheepswerf en de in 1765 gebouwde
zoutkeet.

Jarenlang heeft de pont
bestaan tot men in het begin van de 20e eeuw na ging denken over een
vaste oververbinding. Helaas kwam deze vaste oververbinding voor een aantal
mensen te laat.
Een ramp in Tholen op 29 december 1925
|
Het jaareinde 1925 werd in Tholen echter vooral gekenmerkt door de ramp aan het veer. Wat gebeurde er? Dinsdag 29 december omstreeks half zeven kwam naar gewoonte om die tijd de bus van J.C. Krijger uit Stavenisse met de pont over. Door de lage waterstand werd met kracht tegen de steile dam opgereden, maar nauwelijks was de kruin van de veerdam bereikt of de bus sloeg om, gleed met toenemende snelheid terug, de dam af, het water in. Veerman M. van der Linde, die ter controle van het aantal passagiers op de treeplank stond, wist zich te redden voor de bus het water instortte. Chauffeur L. van der Vliet kon ondanks krachtig remmen de vaart niet verminderen en door de opdringende passagiers die het onheil zagen naderen werd het hem onmogelijk gemaakt het stuur om te gooien. In dat geval was de bus waarschijnlijk nog tegen de pont gekanteld en zou het vermoedelijk tot verwondingen beperkt zijn gebleven. Een zoon van de wed. Dorst uit Stavenisse kon zich ook niet meer voor het water redden, maar werd toch onmiddellijk door veerknecht L. Schot en chauffeur M. Matthijsse uit het water gered. Toen werd, zo schrijft de verslaggever uit die tijd, de avondstilte bij het donkere veer opeens verbroken door hartverscheurend angstgeschrei der vrouwen, die nog in de bus waren. Hulpverlening was niet mogelijk, want de bus verdween terstond meters onder water en er was geen schim meer van te bespeuren. Onmiddellijk zag het zwart van
de toeschouwers, maar niemand kon nog verlossende hulp bieden. Na geruime
tijd kon men een staaldraad om de bus brengen en gezamenlijk het voertuig op
het droge brengen. De ramp was echter volkomen: zeven mensen waren
verdronken. Al meteen konden vijf lichamen worden geborgen. De slachtoffers
waren mej. Maatje Krijger en mevr. Van Dijke-Krijger, beide dochters van de
Poortvlietse wethouder M.K. Krijger. Voorts de echtgenote en dochter
van de landbouwersknecht K. Hageman te Poortvliet en mej. Louise
Kesselaar uit ’s-Gravenpolder, die bij de heer Jac. Hage te St. Maartensdijk
inwonend was. |
Een ramp voltrok zich en Kornelis Hageman verloor zijn vrouw
en dochter Riekje. Zij werd slechts 10 jaar oud. Met haar moeder was ze
|
|
|
|
Stoffelina Pieternella Jasperse e.v. Kornelis Hageman * 20-01-1884
te St. Maartensdijk … 29-12-1925
te Tholen |
Hendrika Hageman * 06-06-1915
te St. Maartensdijk … 29-12-1925
te Tholen |
In 1928 werd dan toch eindelijk de vaste oeverbinding in
gebruik genomen. Zoals altijd werd de “vooruitgang” wantrouwend bekeken maar
uiteindelijk besefte men dat men niet zonder deze brug kon.
