Eerste reisverslag Thailandreizigers

Een groepje van tien mensen uit Nootdorp, Pijnacker, Zoetermeer en Hanoi (Vietnam) zijn vorige week vertrokken naar Thailand om daar in Phetchabun te helpen bij de verdere opbouw van een kindertehuis voor weeskinderen. Waarom Thailand? De eerste inzet was hulp bieden in Vietnam, maar omdat de hulpverlening door buitenlanders daar erg lastig is, werd uitgeweken naar Thailand. Via de christelijke Australische stichting Mercy International werd contact gelegd met het Ban Meata kindertehuis.

Na een lange reis (10 uur vliegen en 6 uur met de bus) komen we aan in Phetchabun. Het regende al de laatste uren en ook bij aankomst hadden we echt Nederlands weer. Een forse bui die in een drenzend miezertje overging verwelkomde ons. Maar de beheerders gaven een veel warmer welkom. Een kopje koffie en thee en voor sommigen een boterhammetje was snel klaar gemaakt.
Onze eerste indruk van Thailand is wisselend. Een groene kuststrook, overgaand in tamelijk droog gebied onder aan de heuvels en een mix daarvan in de uitlopers van de bergen. In Bangkok is veel verkeer. Ze rijden snel en maken krappe inhaalmanoeuvres.

Kinderen op het schoolplein

Vreemde winkels

De vrachtautootjes zijn hoog opgeladen. Langs de weg tussen Bangkok en Phetchabun zien we veel zwerfvuil. De bebouwing is erg wisselend. Goed onderhouden gebouwen worden vaak afgewisseld met roestige golfplaten onderkomens. Dergelijke 'huisjes' kennen bijna altijd een of meer afdakjes, waarschijnlijk ooit recht ertegen aan gezet maar nu schots en scheef gezakt.
Ook zien we veel winkeltjes. Verwacht daarbij niet de Hollandse winkels. Hier zijn het loodsen waarvan de deur opengaat en de winkel is open. Ook veel wegrestaurantjes voor 8 tot 20 personen signaleren we. Lange tafels met banken onder een afdak van golfplaat, stro of palmbladeren. Toch laten we die eetgelegenheden veiligheidshalve maar links liggen.

Thailand in

Zondag hebben we na een Thaise kerkdienst een rondleiding gekregen over het terrein en een indruk gekregen van de activiteiten. Op het eerste gezicht lijkt het een resort: een mooi onderhouden park met diverse behuizingen. In elk van de vijf gebouwen leven circa 10 kinderen samen met een leidster. Daarnaast een gastenhuis, een keuken/eetzaal en wat losse bijgebouwen. Achteraan op het terrein staat de school voor 175 kinderen: 40 kinderen vanuit het Ban Meata kindertehuis zelf en de rest wordt 's ochtends met een pickup die tot bus is omgebouwd uit de omgeving opgehaald. Daarin passen wel 30 kinderen. Tijdens de rondleiding krijgen we ook gelijk te horen wat we kunnen doen. Duidelijk is al wel dat de aanbouw aan de school niet doorgaat. Het materiaal is niet binnen en de beheerder schat in dat hij meer aan ons heeft als we andere klusjes opknappen.

Hard werken

We mogen verven, lassen, elektriciteitsproblemen oplossen, lekkages verhelpen en zo. In de komende week zullen nog wel meer zaken aan de orde komen waarbij onze hulp welkom is. Daarnaast hebben we ook veel contact met de kinderen die hier wonen. Het zijn allemaal wezen, maar allemaal goedlachs en blij met onze komst. Zodra ze kunnen, zitten ze op de schouders van onze mannen en komen aanhankelijk bij de vrouwen staan. Dan merk je dat een glimlach wonderen doet en internationaal is. Vanuit hun relatieve armoede hebben veel kinderen ons als verwend met een klein kadootje. Liefde spreekt alle talen.

Volgende keer meer over het land, onze werkzaamheden en de mensen hier.

Overgenomen uit weekblad "De Eendracht", 18e jaargang nr. 8 17/18 februari 2004.